Implantaatlenzen

Implantaatlenzen

Implantaatlenzen (of implantlenzen) corrigeren uw zicht zodat een bril overbodig wordt. Er kan zowel een lens bijgeplaatst worden, een zogenaamde bijzetlens, of de eigen ooglens kan vervangen worden door een kunstlens.

Kunstlenzen

De eigen ooglens wordt vervangen door een kunstlens. De ingreep is vergelijkbaar met een cataractoperatie en is de meest uitgevoerde oogoperatie met een hoge succesratio. Voor mensen die een leesbril gebruiken en niet in aanmerking komen voor een laserbehandeling of bijzetlens, meestal vanaf 50 jaar, biedt de multifocale of doorvloeikunstlens een oplossing.

De multifocale kunstlens


Doorvloei- of multifocale kunstlenzen zorgen voor een scherp zicht zowel dichtbij als ver. Een boek of krant lezen vormt nadien geen probleem, maar kleine letters zoals bijsluiters kunnen moeilijk leesbaar blijven zonder bril.

Bijzetlenzen

Bijzetlenzen worden gebruikt bij jongere patiënten die niet in aanmerking komen voor een lasercorrectie. Meestal zijn dit mensen met een hoge oogafwijking van meer dan -8 of +5 dioptrie, of patiënten met een dun hoornvlies.

Bijzetlenzen worden meestal geplaatst bij patiënten jonger dan 45 jaar. Er moet ook voldoende plaats zijn in de voorste oogkamer.

 

De iriscliplens


De ingreep voor een iriscliplens bestaat al meer dan twintig jaar en behaalde erg goede resultaten. De lens wordt aan het regenboogvlies vastgemaakt door twee ‘klauwen’.

De sulcuslens

Voor een sulcuslens is slechts een kleine snede in het hoornvlies nodig. De wonde geneest snel en er is geen gevaar voor hoornvliesvervorming. Deze techniek heeft grotendeels de iriscliplens vervangen.

Zijn er bijwerkingen?

Vrijwel alle patiënten zijn achteraf zeer tevreden met het resultaat van implantaatlenzen. Complicaties zijn erg zeldzaam. Toch zijn er zoals bij elke ingreep mogelijke bijwerkingen. De oogarts overloopt mogelijke bijwerkingen graag tijdens de raadpleging.