Ver- en bijziendheid

Bijziendheid (myopie)

Bijziendheid is de afwijking van het gezichtsvermogen die het meest voorkomt. Bijna de helft van de wereldbevolking is – in meerdere of mindere mate – bijziend. Bij mensen die bijziend zijn, is het oog te lang in verhouding tot zijn brekingsvermogen.

 

Lichtstralen worden door het hoornvlies en de lens zodanig gebroken dat het brandpunt vóór het netvlies ligt. Tegen de tijd dat de lichtstralen het netvlies zelf raken, worden ze verspreid. Het resultaat daarvan is een beeld op het netvlies dat onscherp is. Voorwerpen op afstand zijn wazig. Afhankelijk van de graad van afwijking van het gezichtsvermogen, worden voorwerpen die zich dichtbij bevinden wel scherp gefocust.

Verziendheid (hypermetropie)

Bij mensen die verziend zijn, is het oog te kort in verhouding tot zijn brekingsvermogen. Lichtstralen worden door het hoornvlies en de lens zodanig gebroken dat het brandpunt achter het netvlies ligt. Daardoor ontstaat een wazig beeld op het netvlies: de stralen zijn immers nog niet gefocust wanneer ze het netvlies raken.

 

Tot aan een bepaalde leeftijd kan dit gebrek aan brekingsvermogen worden gecompenseerd door de vorm van de lens te veranderen (acommodatie). Afhankelijk van de graad van verziendheid zijn voorwerpen dichtbij, en in sommige gevallen ook voorwerpen op een afstand, niet meer scherp gefocust.

Astigmatisme

Bij mensen met astigmatisme is de kromming van het hoornvlies ongelijkmatig. Door de lichtbreking die daardoor ontstaat, zijn er meerdere brandpunten. Voorwerpen dichtbij en op afstand lijken scheef of vervormd te zijn. Astigmatisme komt dikwijls voor in combinatie met verziendheid of bijziendheid.